Navigatie

Dr. Oort (1946 – 1967) en dr. Reeser, beleefd door twee meisjes

Dr. Oort (1946 – 1967) en dr. Reeser, beleefd door twee meisjes   

Nelleke Borst, eindexamen HBS 1959, schreef ons haar reactie op de bijdrage van prof. dr. Frans Oort, die over zijn vader schreef in Nieuwsbrief 2 in “Herinneringen aan Reinier Oort (1900-1998)”.

“Van 1953 tot 1959 zat ik op de Rijks HBS in het oude, krakkemikkige gebouw aan de Overschiesestraat. Ik heb mijn diploma HBS-B gehaald. Mijn schooltijd herinner ik me als erg leuk, veel gegiechel met meiden. Voor de leraren was ik minder leuk.

Ook ik heb herinneringen aan dr. Oort, een man die vriendelijk maar ook heel formeel was en bij wie je dat giechelen echt niet waagde. In de 5e klas kregen we kosmologie of kosmografie, ik weet de juiste naam niet, van dr. Oort. En wel van 15.20 tot 16.10 uur. Nooit meer in de rest van mijn leven hebben 50 minuten zo lang geduurd. Ik begreep nl. niets van de stof.
Op de tafel van dr. Oort stond een staketsel bestaande uit metalen cirkels, maar ik had geen flauw idee wat het voorstelde. Elke les moest iemand daar het lentepunt dan wel het herfstpunt aanwijzen. Het hele jaar ben ik de dans ontsprongen. Een of twee jaar later werd het vak afgeschaft. 

Onze klas kreeg ook een keer les van dr. Oort, omdat een leraar ziek was. Hij schreef in zijn keurige handschrift op het bord: V1 en vroeg wat dat betekende. Geen reactie. Toen stak ik mijn vinger op en zei “Dat is een Duits oorlogswapen.” Enige hilariteit.... “Weet hier dan niemand wat de wortel uit 1 is?”, reageerde dr. Oort.
Als je een klas uitgestuurd was, dan moest je je melden in de kamer van De Dirk. Daar zat ook zijn secretaresse, mejuffrouw van Buysen, meen ik.
Inderdaad kreeg je dan, in een tijd zonder rekenmachientjes, een lastige vermenigvuldiging uit te rekenen in de zogenaamde ‘meisjeskamer’, dat was de ruimte tegenover de kamer van dr. Oort. Waarom die kamer zo heette, mag Joost weten. De leerlingen die elke dag uit Hoek van Holland of Maassluis kwamen fietsen, mochten tussen de middag daar hun brood opeten.

Grote gebeurtenissen in die jaren: de eerste leraar die met de auto kwam, dat was de heer Van Dijk, leraar Nederlands. Dr. Oort (links op de foto) volgde spoedig; volgens mij hadden ze een VW Kever. Dan de komst iedere dag van een kar met Berliner Bollen. Het lukte de directie niet verkoper en kar te weren. De verkoper bleef op de stoep en de koper op het schoolterrein, maar er kon wel gekocht worden. Ook aan dr. Reeser (rechts op de foto), leraar natuurkunde, heb ik leuke herinneringen. Hij was in de 60, maar net een kwajongen. Zeker tijdens de schoolkampen. Dat hij met pensioen moest, vond hij vreselijk.”

Over Ome Kees (dr. Reeser) gesproken: ook toen waren er aardige leraren. Tineke Koster (eindexamen MMS 1956) schreef:
“In 1951 deed ik toelatingsexamen voor de H.B.S. In de pauze ging iedereen naar buiten en ‘jong veulen’ als ik was, speelden we natuurlijk krijgertje rondom de school. En ja hoor, bij het nemen van een bocht ging ik onderuit en kwam op mijn rechterarm terecht.  Ik was altijd al kampioen in vallen. Het resultaat was een gemene wond aan mijn elleboog, die op school behandeld en verbonden werd.  Waarschijnlijk was er ook iets met mijn hand, maar dat weet ik niet meer.  Maar ... ik kon niet meer schrijven en na de pauze moest ik wel weer verder met het examen. En toen was daar dr. Reeser die mij te hulp kwam. Ik gaf de antwoorden op de vragen en hij schreef ze voor me op.”

Samengesteld door Hans van Iperen

 

 

© 2018 - 2019 SCHRAVENLANT 150 JAAR | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel