Navigatie

Mammoetwet en Basisvorming op Schravenlant

Historie: de Mammoetwet, basisvorming en het studiehuis

door ir. R. van der Meijden, oud-rector

In deze schets geef ik in hoofdlijnen de ontwikkeling weer van het voortgezet onderwijs in het tijdsinterval van 1976 tot en met 2003, de periode dat ik rector van Schravenlant was. Omdat Schravenlant een scholengemeenschap voor havo en vwo is, beperk ik me daarbij tot voornamelijk die schooltypen. Ik zal de algemene kenmerken van het onderwijs beschrijven, maar ook, en dat is voor de lezer waarschijnlijk interessanter, hoe die verschillende onderwijshervormingen op onze school werden gerealiseerd. Ik kan de verleiding niet weerstaan om ook enkele typische kenmerken van Schravenlant te noemen.

De Mammoetwet

In de jaren vanaf 1968, het jaar waarin de zogenaamde Mammoetwet van kracht werd, zijn de schooltypen hbs, mms, mulo en ambachtsschool, te beginnen in het eerste leerjaar, vervangen door de onderwijsvormen vwo (atheneum en gymnasium), havo, mavo en lbo (later vbo geheten). Als belangrijkste verschillen tussen de oude schooltypen enerzijds en de nieuwe onderwijsvormen anderzijds noem ik:

• In tegenstelling tot de voor-Mammoetperiode werd het eerste leerjaar een gemeenschappelijk leerjaar, de zogenaamde brugklas. De bedoeling van de brugklas is uitstel van schoolkeuze. Op scholen, waarin drie of vier onderwijsvormen zijn verenigd, bleken de verschillen tussen de leerlingen in de praktijk te groot om iedere leerling in de brugklas onderwijs op maat te geven. Op die scholen is men toch weer gaan differentiëren door het vormen van bijvoorbeeld een mavo-havo-brugklas en een havo-vwo-brugklas. Op Schravenlant, met alleen havo en atheneum werkt de brugklas uitstekend: ieder jaar zijn er leerlingen die met een havo-advies zijn toegelaten en die toch naar 2-atheneum bevorderd kunnen worden.

• Er werden zogenaamde vakkenpakketten ingevoerd. Een havo-leerling deed examen in zes vakken en een vwo-leerling in zeven, heel wat minder vakken dan bijvoorbeeld de zestien vakken waarin examen werd gedaan op de oude hbs. Het doel van de invoering van de vakkenpakketten was het onderwijs in de pre-examenklas en in de examenklas beter te laten aansluiten op de interesses en de capaciteiten van de leerling. De enige eis die aan een vakkenpakket werd gesteld, was dat er Nederlands en een moderne vreemde taal, nagenoeg altijd Engels, in waren opgenomen.  In eerste instantie lijkt de invoering van vakkenpakketten met veel minder examenvakken een verlaging van het onderwijsniveau. Die conclusie mag niet zomaar getrokken worden. Bij de meeste vakken werd de leerstof uitgebreid. Bovendien ging de vijfjarige hbs over in het 6-jarige atheneum.

• Het werd mogelijk nieuwe vakken te introduceren. Op Schravenlant is van die kans gebruik gemaakt door de invoering van tekenen als examenvak op het havo. Veel leerlingen hebben dat vak in hun pakket opgenomen en er met succes havo-examen in afgelegd. Tekenen bleek een goede voorbereiding voor leerlingen die hun studie gingen vervolgen op de Kunstacademie of op een school voor grafisch onderwijs.

• De doorstroming van mavo naar havo werd een reële optie voor leerlingen die met een goede cijferlijst slagen voor het mavo-examen. In de sinds de invoering van de Mammoetwet verlopen jaren zijn veel leerlingen, die elders hun mavodiploma hadden gehaald, op Schravenlant voor het havo-examen geslaagd. Buiten het bestek van mijn schets valt de periode na 2003, maar ik wil toch graag opmerken dat heden ten dage zelfs tientallen mavo-gediplomeerden van elders overstappen naar Schravenlant en op onze school een havodiploma behalen. Chapeau!

Heeft de Mammoetwet aan alle verwachtingen voldaan? Neen, zeker niet. De drastische afname van het aantal lessen in de moderne vreemde talen, heb ik steeds als een groot minpunt van de Mammoetwet ervaren. Tot 1968 deed iedere leerling op een gymnasium, hbs of mms examen in minimaal Nederlands, Frans, Duits en Engels. Met de invoering van havo en vwo bleven er weliswaar lessen Nederlands en lessen moderne vreemde talen tot en met respectievelijk klas drie en vier op de roosters staan, maar het werd mogelijk en daar is ruim gebruik van gemaakt, examen af te leggen in uitsluitend Nederlands en Engels. Nu is het waar dat Engels de lingua franca van onze tijd is, maar enige kennis van een andere moderne vreemde taal doet wonderen als men om zakelijke of wetenschappelijke redenen en zelfs als toerist in het buitenland is.

 

De basisvorming, de tweede fase en het studiehuis

Onvolkomenheden in de Mammoetwet hebben tot nieuwe onderwijsvernieuwingen geleid. Zo is in 1993 de basisvorming ingevoerd. Daarmee verdween de “brede” brugklas: de klas waarin alle tot een scholengemeenschap toegelaten leerlingen, ongeacht het basisschooladvies (van mavo tot en met het advies gymnasium), in principe op één niveau les kregen. De brugklas in de vorm zoals die op Schravenlant voorkomt, bleef bestaan. In 2006 is de basisvorming herzien, wat neerkomt op het deels afschaffen van deze wet. In 1999 gingen mavo en vbo samen tot het vmbo. Het mavo heet tegenwoordig officieel “vmbo theoretische leerweg”, maar bijna iedereen gebruikt nog steeds het woord mavo. Er zijn zelfs meer categorale “mavoscholen” dan tien jaar geleden. Ook de bovenbouw van het vwo en havo ontkwam niet aan een grote herstructurering: de invoering van de Tweede Fase en het Studiehuis in 1998.

 

Voor (oud-)leerlingen van Schravenlant zijn alleen de gevolgen van de invoering van de basisvorming, de Tweede Fase en het Studiehuis interessant. Ik beperk me derhalve tot het noemen van de wezenskenmerken van deze onderwijsvernieuwingen

• Het kenmerk van de basisvorming is de verplichting die scholen in 1993 kregen om leerlingen van alle vormen van voortgezet onderwijs, dus van vbo tot en met gymnasium, in de drie eerste leerjaren onderwijs te laten volgen in dezelfde vijftien door de overheid verplichte vakken. De minimaal te doceren leerstof werd omschreven in de vorm van zogenaamde kerndoelen, die bindend waren voor alle schooltypen. Het niveauverschil tussen bijvoorbeeld havo en mavo realiseerde men door het aanbieden van verdiepingsstof op het havo en door havoleerlingen te laten oefenen met ingewikkelder vraagstukken. De basis, vandaar basisvorming, was voor alle leerlingen hetzelfde. Wat onder de Mammoetwet niet mogelijk was, werd scholen nu wel toegestaan: de introductie van nieuwe vakken. Op Schravenlant is van die mogelijkheid dankbaar gebruik gemaakt door het invoeren van de vwo+ afdeling met als extra vakken Spaans en Russisch. Leerlingen die vwo+ hebben gevolgd en die soms zelfs examen hebben gedaan in zes talen zijn na hun universitaire studie vaak bij een instelling of onderneming gaan werken waarbij de kennis van veel talen een pre is.

• Scholen kregen in 1998 de verplichting om de Tweede Fase in te voeren. Met de invoering van de Tweede Fase verdwenen de vakkenpakketten, die in de praktijk tot een te grote diversiteit hadden geleid. In plaats daarvan zijn er nu vier zogenaamde profielen: Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij, Natuur en Gezondheid en Natuur en Techniek. Wat de te volgen vakken betreft kent ieder profiel een algemeen deel, een profieldeel en een vrij deel. Leerlingen hebben weliswaar daardoor minder keuzemogelijkheden, maar de combinatie van vakken waarin examen wordt afgelegd, is evenwichtiger en biedt meer kans op succes in het Hoger Onderwijs dan sommige vakkenpakketten dat deden in de “Mammoettijd”. Te gelijker tijd met de introductie van de Tweede Fase werd het scholen mogelijk gemaakt om het zogenaamde Studiehuis in te voeren. Met die term wordt de wijze van organiseren van het onderwijs bedoeld waarbij leerlingen zelfstandiger werken dan in het verleden. Het was de bedoeling dat de docent minder leiding aan het onderwijsproces zou gaan geven en meer de begeleider daarvan zou worden. In de praktijk is gebleken dat het voor veel leerlingen een brug te ver is om zich de leerstof (groten)deels zelfstandig eigen te maken. Toch vermoed ik dat een “uitgeklede vorm” van het Studiehuis, waarin leerlingen het hadden moeten “verdienen” om deels zelfstandig te mogen werken wel succesvol had kunnen zijn. 

 

Kenmerken van ‘Schravenlant’

In de inleiding gaf ik aan de verleiding niet te kunnen weerstaan om enkele typische algemene kenmerken van de school te noemen. De kwaliteit van het onderwijsproces op een school wordt uiteraard voornamelijk bepaald door de kwaliteit van de lessen. Maar de kwaliteit van de school als totaal is ook afhankelijk van de mate waarin leerlingen het op school naar hun zin hebben. Leerlingen hebben het naar hun zin als ze én voldoende resultaten behalen én een band met de school hebben. Mijn stukje vervolg ik daarom met een beschouwing over de vele buitenlesactiviteiten die op Schravenlant werden (en worden) georganiseerd met het doel de betrokkenheid van de leerlingen te verhogen. 

Onze openbare school heeft “in haar genen” zitten dat we een onderwijsinstituut willen zijn voor alle daarvoor geschikte kinderen uit alle lagen van de bevolking, voor kinderen van ouders die in welstand leven, voor kinderen van ouders die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, voor kinderen uit gezinnen met alle mogelijke levensovertuigingen, voor kinderen die gemakkelijk leren en voor kinderen die een steuntje in de rug nodig hebben, maar die met wat hulp wel moeten kunnen slagen voor het havo- of vwo-examen. Zeker met een zo diverse populatie is het nodig dat de leerlingen elkaar ook buiten de lessen om leren kennen, dat er een band tussen hen onderling en tussen hen en de school wordt gesmeed. Met dat doel stonden (en staan nog steeds) allerlei activiteiten jaarlijks op het programma. 

In de periode waarover ik schrijf waren dat de introductieweek voor de brugklassers, de introductiedagen voor de leerlingen van 4-havo (een 4-havo klas is zeer divers en bestaat uit leerlingen die van een mavo komen, uit leerlingen die vanuit 3-havo of 3-atheneum naar 4-havo zijn bevorderd en uit zittenblijvers), de werkweek voor leerlingen met tekenen in het vakkenpakket, de viering van het Kerstfeest met een gezamenlijke maaltijd voor alle leerlingen, het strandfeest in Monster met ’s avonds zingen rondom het kampvuur, de zeilkampen, de sportdagen, excursies tijdens en aan het eind van het schooljaar naar buitenlandse steden en voor leerlingen van vwo+ de uitwisseling met een Spaanse school. Aandacht voor cultuur is er sinds de oprichting van de school altijd ruimschoots geweest. Het toneelgezelschap van de school, de Schravenlantspelers, bezorgde leerlingen en ouders jaarlijks een onvergetelijke toneelavond. De belangstelling was iedere keer zo groot dat er drie avonden nodig waren om iedereen in de gelegenheid te stellen een uitvoering bij te wonen. Bij dat alles mag ik de activiteiten van de leerlingenvereniging Onder Ons zeker niet vergeten. Zo zullen de disco-avonden van Martin Green bij veel oud-leerlingen aangename herinneringen oproepen. Ik denk met heel veel plezier terug aan de jaarlijkse stunt van Onder Ons ter gelegenheid van mijn verjaardag.

 

Van rijksschool naar gemeentelijke school

Mijn schets van de geschiedenis van het onderwijs in het algemeen en die van Schravenlant in het bijzonder in de periode van 1976 tot 2003 zou onvolledig zijn als ik geen aandacht zou schenken aan de overdracht van de Rijksscholen aan gemeenten in de negentiger jaren van de vorige eeuw. Op 28 september 1990 werd onze school, die toen nog Rijksscholengemeenschap Schravenlant heette, tijdens een plechtige bijeenkomst in aanwezigheid van staatssecretaris drs. J. Wallage aan de gemeente Schiedam overgedragen. De school kreeg een nieuw bevoegd gezag, het gemeentebestuur van Schiedam. Die overdracht was uiteraard een zeer belangrijke gebeurtenis, de school kreeg immers een “nieuwe baas”. De samenwerking met ons nieuwe bestuur, in het bijzonder met de Dienst Educatie en de wethouders van onderwijs, heb ik als zeer betrokken en constructief ervaren. 

 

Tot besluit

Mijn overpeinzingen sluit ik op een wat ongebruikelijke manier af. Ik heb 27 jaar met buitengewoon veel genoegen het rectoraat van Schravenlant mogen vervullen. In die periode heb ik droeve momenten, zoals het overlijden van leerlingen, meegemaakt, maar gelukkig ook heel veel hoogtepunten, zoals het bijwonen van bijzondere lessen, het uitreiken van diploma’s en de vaak hartverwarmende contacten met leerlingen. Bij het schrijven van het overzicht van buitenlesactiviteiten hierboven moest ik aan een ander hoogtepunt denken: aan de grote inzet en het enthousiasme waarmee docenten en onderwijs ondersteunend personeel van Schravenlant zich voor de school verdienstelijk hebben gemaakt. Er is zeker in dat opzicht geen betere school dan Schravenlant.

 

Ir. R. van der Meijden,

rector van augustus 1976 tot augustus 2003

© 2018 - 2019 SCHRAVENLANT 150 JAAR | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel